Waarom beginnen kinderrechten bij kinderparticipatie?
Ieder kind heeft het fundamentele recht om zichzelf in een (sociaal) veilige omgeving te ontwikkelen en daar moet de gelegenheid voor zijn. Als die veilige omgeving en/of die gelegenheid er niet is moeten die gecreëerd worden.
De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft in 1989 deze opvatting onderschreven met het Kinderrechtenverdrag – officieel het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (VRK). Alle zaken waar kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar mee te maken kunnen krijgen, zijn hierin opgenomen:
• Voorzieningsrechten,
• Beschermingsrechten,
• Participatierechten.
Sinds Nederland het Kinderrechtenverdrag in 1995 heeft geratificeerd, zijn de artikelen ook geldig in Nederland. Met betrekking tot voorzienings- en beschermingsrechten scoorde Nederland aanvankelijk relatief goed: we stonden op de zesde plaats. Inmiddels is ons land gedaald naar de 22e plaats (zie de KidsRights Index 2026).
Hans Butselaar, CJG Rijnmond: “Tot nu toe zijn we met alle bestaande interventies er nog niet in geslaagd om kindermishandeling te bestrijden; 119.000 gevallen per jaar is toch iets wat dit kabinet, wat we allen niet moeten willen, waarvoor we allen een verantwoordelijkheid hebben.”
Uit de monitoring van de naleving van het Kinderrechtenverdrag blijkt dat Nederland ondermaats scoort op het gebied van kinderparticipatie (zie ook het rapport van Eurochild 2026). Op deze indicator vinden we Nederland mondiaal op de plek 101.
Een gemiste kans: deze participatierechten zijn juist een voorportaal voor de naleving van voorzienings- en beschermingsrechten. De kinderen moeten zelf, gevraagd én ongevraagd, kunnen laten horen of voorzieningen en bescherming voor hen voldoende en toereikend zijn.
Esther Taute, jeugdarts bij GGD West Brabant: “Een mens kan pas echt participeren, op allerlei vlak, als hij eerst naar zichzelf heeft leren kijken (zelfreflectie) en dat doet hij ook juist door de ander te ontmoeten, op zoek te gaan naar de ander, gericht te zijn op de ander. In dat proces van gerichtheid op de ander spiegelt hij zichzelf, reflecteert hij op zichzelf en ontdekt hij zichzelf, ontwikkelt hij een referentiekader… Van daaruit kan hij met veel meer authenciteit, psychische ruimte en onbaatzuchtigheid gericht zijn op het ‘collectief’ en wordt burgerparticipatie van binnenuit verankerd.
Dit alles zet de workshop van ‘KinderrechtenNU in de klas’ in gang!
Elk kind in Nederland verdient ‘KinderrechtenNU in de klas’. Dit is als een Rijksvaccinatie, maar nu voor de psyche van elk kind in Nederland!”
In Nederland vestigen we vooral de aandacht op de artikelen 12 en 13 van het Kinderrechtenverdrag, die bepalen dat ieder kind het recht heeft op vrije meningsuiting en het recht om gehoord te worden in zaken waar een kind direct door wordt geraakt. Deze vormen van participatie zijn cruciaal voor de ontwikkeling van een kind.
KrNU vraagt: “ Maar… is IEDER kind in staat om zijn mening te uiten of zijn eigen verhaal te vertellen…? De verantwoordelijkheid voor hun participatie en veiligheid moet bij volwassenen liggen. We mogen nooit zeggen: Had je maar moeten praten. ”
Daarom is het belangrijk dat kinderen zich bewust worden van wat nodig is om gezond, veilig en blij op te groeien.
Samen met het kind en de (mede-)opvoeders van het kind kan vervolgens bijtijds gekeken worden waar hulp nodig is en hoe die in de leefwereld van het kind het best is in te passen. Kinderen moeten zich uitgenodigd en bekwaam voelen om hun mening te geven.
Het recht op ‘leren participeren’ is een noodzakelijk recht van ieder kind en is impliciet benoemd in artikel 12 (= participeren) en 13 (= vrijheid van meningsuiting) in samenhang met artikel artikel 28 (= recht op onderwijs) en 29 (= leren voor optimale ontwikkeling en burgerschapsvorming). Op dat fundament vinden artikel 12 en 13 een goede onderbouwing.
“ Gehoord worden betekent serieus genomen worden. Als kinderen geleerd hebben hun leven en leefomgeving in kaart te brengen en hun eigen verhaal te vertellen, kunnen ze met een eigen mening tot hun recht komen. ”
Kinderparticipatie betekent: Leren meedenken, naar elkaar luisteren, begrijpen wat er speelt, het vormen van een eigen mening, daarover praten en samen tot een beslissing komen.
KrNU streeft naar een samenleving waarin alle kinderen volwaardig kunnen participeren. Kinderbescherming kan niet goed gerealiseerd worden zonder kinderparticipatie. Leren participeren is het fundament voor ieder mens en voor de samenleving.
Kinderrechtennu in de klas
‘KinderrechtenNU in de klas’ biedt het fundament voor het leven en voor de samenleving. In het onderwijs is KinderrechtenNU (KrNU) een aanvulling op de Wet verplichte meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld en een invulling van de Wet sociale veiligheid in de school. Het is een starttraject, een fundament voor burgerschapsvorming, een wettelijke onderwijstaak.
KrNU versterkt de samenwerking tussen ouders, kinderen en school en werkt aan een verbindende schoolcultuur. In de gezondheidszorg biedt KrNU het voortraject: het eigen verhaal van het kind zelf. Daarmee is KrNU een preventieve invulling van de Wet publieke gezondheid en van de Jeugdwet. De Jeugdgezondheidszorg waarborgt opvolging.
Kinderrechtennu in de gemeente
Een kind heeft geen stemrecht. Dat betekent dat zij of hij niet gehoord wordt in de democratische beslissingen tot zij of hij 18 jaar is. Het kinderburgemeesterschap (mogelijk ondersteunt door een kindergemeenteraad en de scholen die daarmee verbonden zijn) maakt het mogelijk voor kinderen om zich al eerder te laten horen en zich toe te rusten als actor in het gezin, de school, de wijk en de maatschappij.
Het is tijd voor een paradigmashift, een verschuiving in denken en daarmee een vernieuwende insteek van kinderparticipatie: van informeren over rechten en plichten, naar het als kind leren aangeven en formuleren wat je nodig hebt om veilig, gezond en kansrijk op te groeien.
Kinderrechtenchecklist
Samen met kinderen in de leeftijd van 9-12 jaar, advies van hoogleraar Rechten van het kind, prof. dr. Jan C.M. Willems en psycholoog dr. Martine F. Delfos, heeft KRNU het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (VRK) vertaald in de Kinderrechtenchecklist. Het is een instrument om de intentie van het kinderrechtenverdrag in de context van het dagelijkse leven bespreekbaar te maken zodat rechten, plichten en verantwoordelijkheden duidelijk worden. Ook de lichamelijke, psychosociale en emotionele ontwikkeling en gezondheid van kinderen komen aan de orde. Zo kunnen kinderen meedenken, praten en beslissen over alle onderwerpen die belangrijk zijn voor opgroeien en opvoeden.
Dit overzicht maakt de samenhang van kinderrechten snel inzichtelijk en is zowel voor ‘KinderrechtenNU in de klas’ als voor Kinderparticipatie in de gemeente een belangrijke leidraad.



