Waarom beginnen kinderrechten bij kinderparticipatie?
Hans Butselaar, CJG Rijnmond: “Tot nu toe zijn we met alle bestaande interventies er nog niet in geslaagd om kindermishandeling te bestrijden; 119.000 gevallen per jaar is toch iets wat dit kabinet, wat we allen niet moeten willen, waarvoor we allen een verantwoordelijkheid hebben.”
Ieder kind heeft het fundamentele recht om zichzelf in een (sociaal) veilige omgeving te ontwikkelen en daar moet de gelegenheid voor zijn. Als die veilige omgeving en/of die gelegenheid er niet is moeten die gecreëerd worden.
De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft in 1989 deze opvatting onderschreven met het Kinderrechtenverdrag – officieel het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (VRK). Alle zaken waar kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar mee te maken kunnen krijgen, zijn hierin opgenomen:
• Voorzieningsrechten,
• Beschermingsrechten,
• Participatierechten.
Sinds Nederland het Kinderrechtenverdrag in 1995 heeft geratificeerd, zijn de artikelen ook geldig in Nederland. Op het gebied van de voorzienings- en beschermingsrechten scoort Nederland redelijk goed en staan we op de zesde plaats.
Uit de monitoring van de naleving van het Kinderrechtenverdrag blijkt dat Nederland ondermaats scoort op het gebied van kinderparticipatie. Op deze indicator zweeft Nederland mondiaal tussen de 51ste en 61ste plek.
Een gemiste kans: deze participatierechten zijn juist een voorportaal voor de naleving van voorzienings- en beschermingsrechten. De kinderen moeten zelf, gevraagd én ongevraagd, kunnen laten horen of voorzieningen en bescherming voor hen voldoende en toereikend zijn.
Esther Taute, jeugdarts bij GGD West Brabant: “Een mens kan pas echt participeren, op allerlei vlak, als hij eerst naar zichzelf heeft leren kijken (zelfreflectie) en dat doet hij ook juist door de ander te ontmoeten, op zoek te gaan naar de ander, gericht te zijn op de ander. In dat proces van gerichtheid op de ander spiegelt hij zichzelf, reflecteert hij op zichzelf en ontdekt hij zichzelf, ontwikkelt hij een referentiekader… Van daaruit kan hij met veel meer authenciteit, psychische ruimte en onbaatzuchtigheid gericht zijn op het ‘collectief’ en wordt burgerparticipatie van binnenuit verankerd.
Dit alles zet de workshop van ‘KinderrechtenNU in de klas’ in gang!
Elk kind in Nederland verdient ‘KinderrechtenNU in de klas’. Dit is als een Rijksvaccinatie, maar nu voor de psyche van elk kind in Nederland!”
KRNU vestigt de aandacht op art. 12 en art. 13 van het Kinderrechtenverdrag, dat erkent dat ieder kind het recht heeft op vrije meningsuiting en het recht om gehoord te worden in zaken waar een kind direct door wordt geraakt. Deze participatie is een cruciaal onderdeel voor de ontwikkeling van een kind. Daarom is het belangrijk dat kinderen zich bewust worden van wat nodig is om gezond, veilig en gelukkig op te groeien.
Leren meedenken, naar elkaar luisteren, begrijpen wat er speelt, het vormen van een eigen mening, daarover praten en samen tot een beslissing komen is een fundament voor het welzijn van ieder kind en voor de samenleving.
Kinderrechtennu in de klas
KinderrechtenNU in de klas is geen lespakket en richt zich niet op het geven van voorlichting of kennisoverdracht. Het is geen incidentele aandacht voor of over kinderrechten. KinderrechtenNU in de klas is een manier van het gesprek voeren met kinderen over wat zij nodig hebben om veilig, gezond en gelukkig op te groeien.
De opdracht van de JGZ en het onderwijs is beschermen, bewaken en bevorderen van de veilige en gezonde ontwikkeling van kinderen. In samenwerking met de JGZ en het schoolzorgteam verschuift de aanpak van KinderrechtenNU de aanpak van biomedisch perspectief meer naar het sociaal-medisch perspectief.
Kinderrechtennu in de gemeente
Een kind heeft geen stemrecht. Dat betekent dat zij of hij niet gehoord wordt in de democratische beslissingen tot zij of hij 18 jaar is. Het kinderburgemeesterschap (en de ondersteunende kindergemeenteraad) maakt het mogelijk voor kinderen om zich al eerder te laten horen en zich toe te rusten als actor in het gezin, de school, de wijk en de maatschappij.
Het is tijd voor een paradigmashift, een verschuiving in denken en daarmee een vernieuwende insteek van kinderparticipatie: van informeren over rechten en plichten, naar het als kind leren aangeven en formuleren wat je nodig hebt om veilig, gezond en kansrijk op te groeien.
Kinderrechtenchecklist
Samen met kinderen in de leeftijd van 9-12 jaar, advies van hoogleraar Rechten van het kind, prof. dr. Jan C.M. Willems en psycholoog dr. Martine F. Delfos, heeft KRNU het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (VRK) vertaald in de Kinderrechtenchecklist. Het is een instrument om de intentie van het kinderrechtenverdrag in de context van het dagelijkse leven bespreekbaar te maken zodat rechten, plichten en verantwoordelijkheden duidelijk worden. Ook de lichamelijke, psychosociale en emotionele ontwikkeling en gezondheid van kinderen komen aan de orde. Zo kunnen kinderen meedenken, praten en beslissen over alle onderwerpen die belangrijk zijn voor opgroeien en opvoeden.
Dit overzicht maakt de samenhang van kinderrechten snel inzichtelijk en is zowel voor zowel ‘KinderrechtenNU in de klas’ als Kinderburgemeesters een belangrijke leidraad.



